The Motorcycle Diaries & Gelukkig Nieuwjaar pt. 3

24 april 2010 - Hanoi, Vietnam

Leermomentjes:
- Daar waar karaoke in het begin grappig is om te kijken in bussen, wordt het op een gegeven moment duidelijk dat het tijd is om een mp3-speler te kopen.
- De award voor meest het meest verschrikkelijke lokale brouwsel gaat naar Lao Lao: rijstwhiskey die je keel wegbrandt maar die toch genuttigd moet worden in elk dorpje waar je komt, omdat je anders de inwoners beledigt. Maakt de tour vaak wel een stuk gezelliger.
- Wagenziekte in bussen: als er een schaap over de dam is, volgen er meer. Gelukkig heb ik een stalen maag.
- Wagenziekte wordt vervelend als mensen hun zakjes kots in het middenpad van de bus dumpen, ik zal jullie de details besparen.
- Computers in Laos geven je memory cards griepjes.
- Hangmatten zijn briljant
- Temperaturen van 42 graden zijn toch iets te veel van het goede als je het mij vraagt.
- Er zijn hier krekel-achtige beesten die klinken als kettingzagen.
- Gij zult het wc-papier stelen van uw guesthouse.
- Het is officieel: Aziatische kindjes zijn te schattig en ik wil er een voor mijn verjaardag/sinterklaas/kerst.

Dit wordt een compleet reisverslag van Laos in 1 post vrees ik, so be prepared.

Na Pakse ben ik met Anthony, een Ier, rond gaan rijden over het Bolaven Plateau ten oosten van Pakse met een scootertje. Helaas doen ze hier niet aan automatische versnellingen dus daar moest eerst even op geoefend worden. Gelukkig kreeg ik na een half uur een openbaring en bedacht ik me dat het misschien net als in een auto verstandig was om de koppeling langzaam op te laten komen. Vanaf dat moment wachtte een stuk soepelere rit naar Tat Lo, onze eerste stop die avond. Onderweg zijn we nog gestopt voor een waterval en een fruit shake aldaar, waarna we weer verder konden gaan over prachtige wegen langs koffie-, bananen- en katoenplantages en kleine dorpjes. Onderweg kwamen heel veel kinderen zwaaiend de weg op rennen terwijl ze 'Saibadee' (hallo) schreeuwden.  De mensen spreken niet heel goed Engels in de dorpjes, of eigenlijk gewoon niet, dus dat dwong mij meteen om de belangrijkste woorden in Lao te leren: namelijk foe voor noodle soup en nam voor water, keeps you alive. Gelukkig begrijpen ze allemaal wat Beerlao betekent.

In Tat Lo hebben we op een waterval gezeten van 100m hoog, helaas was de waterval veranderd in een pisstraaltje door het droge seizoen, maar dat maakte het uitzicht niet minder mooi. Terug in het dorpje met alle toeristen daar (zo' 8 stuks) wat gegeten en gelachen om hoe een Lao uit Pakse een gespierde Nederlandse jongen wat extra body heat in zijn bungalow probeerde te verkopen voor de koude nacht. De volgende dag doorgereden over dezelfde wegen richting Paksong, maar het hoogtepuntje was de zandweg dwars door de bergen en de jungle. De eerste 35 kilometer waren prachtig, schaduw en een mooi uitzicht en zoeken naar 2 watervallen na 16 en 18 km. De eerste was zo gevonden, maar voor de tweede moesten we zoeken naar een weg die afboog naar links, waar we uiteraard 3 keer langs reden voordat we bedachten dat dat kleine paadje misschien wel eens de weg kon zijn. Ons zoeken werd beloond met het ruisende geluid van water dat 120m naar beneden stortte, impressive. Het echte feest van de wegen in Laos begon echter pas na 35 km: enorme gaten van 2m breed en hobbels in de weg die slecht te zien waren omdat je niet echt contrast ziet in rood/oranje zand. Wij keken dus uit naar de door Lonely Planet beloofde geasfalteerde weg en ik dankte de goden toen deze in zicht kwam. Think again. Deze weg was nog erger en ik moest met Anthony achterop en mijn enorme gevoel voor balans slalommen om de gaten heen. Gelukkig heelhuids Paksong bereikt en onder het stof een guesthouse gevonden. Blijkbaar was er een festival aan de gang in Paksong, geen idee waar het voor was, ik heb geprobeerd het te vragen maar hun Engels en mijn Lao skills waren wederom niet optimaal voor een goed gesprek. Het kwam erop neer dat er eerst wat bloem over ons heen gegooid moest worden en dat we gingen dansen en Lao Lao en Beerlao dronken voordat we konden douchen. Die avond op de soort van kermis gegeten, waar ik misschien ook wel een attractie was, werd een beetje nagestaard. Dat krijg je als je 1.80m bent en boven iedereen uitsteekt denk ik, had wel een goed overzicht.

De volgende dag reden we terug naar Pakse, maar niet voordat we langs de koffieplantages waren geweest en een sterk en goed bakkie troost hadden genuttigd voor de terugweg. Ook nog even langs Tat Fan geweest, een waterval van 130m hoog waar je over een ietwat gevaarlijk pad naar beneden moet lopen voor een goed uitzicht, wel heel mooi om te zien. Ik gunde mezelf daarna een dagje rust in de bus naar Tha Khaek voordat ik weer op de motor klom voor de volgende attractie die Laos rijk is buiten watervallen: grotten. 200km heen en terug gereden naar Tham Kong Lo, een grot van 7 km lang waar je doorheen gevaren wordt met een bootje. Pikkedonker binnen, op het stukje met enorme stalactieten en stalagmieten na dat verlicht was, heerlijk koel en een zaklamp die helaas niet heel veel liet zien... Beetje jammer dat de gids ook weer geen Engels sprak, iets waar Laos aan moet werken denk ik want het zou het zo veel interessanter maken voor toeristen...

Na 5 dagen op de motor had mijn kont er wel weer genoeg van gehad, dus ik besloot 2 dagen naar Vientiane, de hoofdstad, te gaan om eens even toe te geven aan alle western delights. Rijst een noodles zijn prima te eten, maar het eten in Laos is bij lange na niet zo goed als in Thailand en soms zelfs een beetje saai en na 2 maanden hetzelfde ben je wel weer toe aan wat Westers eten. Dus een bruin broodje kaas (omg goddelijk) en pizza gescoord, briljant. Die dag ook nog naar de herbal sauna en voor een massage gegaan in een tempel, de beste tot nu toe moet ik zeggen en het kostte niks. Als ik terug kom ben ik verwend denk ik want massages zijn hier zo goedkoop dat je het makkelijk 1 keer per 1,5 week kan doen.

Ik heb ook nog geprobeerd de tempeltour te doen in Vientiane, maar het is er zo heet dat ik tegen 11en smolt van de hitte. Eigenlijk is het er te heet om te bewegen dus die ochtend kwam ik niet verder dan een enorme gouden stupa/tempel Pha That Luang en de Patuxai, geinspireerd op de Arc de Triomphe maar dan mislukt. Ik denk dat het bordje in de Patuxai illustreerd wat ik bedoel: "From a closer distance, it appears even less impressive, like a monster of concrete." Lao honesty hehe, het uitzicht van de top over de Champs Elysee van Vientiane was wel mooi. Na een paar uur chillen in de airco van mijn hostel wist ik mezelf om 3 uur toch nog even naar de oudste tempel van Vientiane te krijgen, waar maar liefst 10.000 buddha beeldjes te zien zijn. Ik heb een beetje medelijden met de beeldhouwers/kopergieters aldaar.

Daarna was het tijd voor de beruchte plek in Laos waar ik al veel verhalen, goed en slecht, over had gehoord: Vang Vieng. Het concept is als volgt: je huurt een opgeblazen binnenband van een tractor en gaat 4 km verderop naar de rivier om jezelf terug te laten voeren naar het dorp, het zogenaamde tuben. Daarbij moet gemeld worden dat Vang Vieng eigenlijk een soort van Khao San road in het klein is. Je komt dus nooit aan het einde omdat je vast komt te zitten bij de bars aan de rivier alwaar je onder het genot van keiharde muziek gratis whiskey shots kan nuttigen en jezelf met je dronken hoofd van levensgevaarlijke rope swings kan storten omdat je dan inmiddels moed genoeg verzameld hebt. Er is ook de zogenaamde death slide waar een maand geleden een meisje aan is overleden. Talloze mensen vallen op rotsen na de swing en ik heb nogal wat nare blauwe plekken en wonden gezien. 's Avonds ga je terug naar het dorp om gratis buckets te vinden en verder te feesten. De volgende ochtend kan je met je kater naar marathons van Friends en Family Guy kijken terwijl je je stevige ontbijt eet. Er zijn mensen die dit al 300 dagen doen.

Een dagje heel veel lol gehad bij de rivier en het moddervolleyballen was echt hilarisch, maar we zijn ook maar 2 dagen rond gaan fietsen door de omgeving van Vang Vieng, die heel mooi is en die de meeste mensen niet zien, te ontdekken. Uiteraard besloten we midden op de dag (waarom leer ik nooit van vorige ervaringen?) door de hitte gaan fietsen naar de Blue Lagoon waar gelukkig heel koud helder water op ons wachtte om in te springen. Ook nog een uur door een grot gedwaald, gelukkig vonden we de uitgang terug. We zijn ook nog langs de markt gegaan en de organic mulberry farm waar ik de beste fruitshake tot nu toe heb gedronken.

Daarna moest ik eerst terug naar Vientiane om mijn visum met een paar dagen te verlengen, en dat was een uitdaging. De eerste keer dat ik het probeerde in Vientiane probeerde, vierden ze pasen in een buddhistisch land. In Vang Vieng kon het alleen voor minimaal 10 dagen en terug in Vientiane was de baas van de immigration office naar Luang Prabang omdat hij daar een hotel aan het openen is, zucht... Frustrerend, stomme bureaucratie, helemaal als je er speciaal voor terug komt naar Vientiane, maar chocoladetaart en falafel doen wonderen.

Dus maar verder gegaan naar Phonsavan voor de Plain of Jars, wat zoals de naam suggereert een plek is waar 2000 jaar oude stenen potten met een maximum grootte van 2,5m staan. Men heeft nog steeds geen idee waar ze voor zijn omdat de archeologe die er onderzoek naar deed overleed in de tweede wereldoorlog toen ze slechts 2 pagina's van haar boek had geschreven. Dit maakte de jars wel intrigerend. Tot 5 jaar geleden kwam niemand er, omdat de Amerikanen Laos volgegooid hebben met clusterbommen tijdens de Vietnam oorlog. Ik wist niet dat Laos zo'n grote rol speelde in dit conflict, maar de Vietcong vervoerde zijn legermateriaal door Laos over de zogenoemde Ho Chi Minh trail, iets wat de Amerikanen uiteraard probeerde te voorkomen door Laos het meest gebombardeerde land in de oorlog te maken, en dus niet Vietnam. De plain of jars was een strategisch punt en het duurde dus zo lang totdat het weer accesible was omdat MAG, een hulporganisatie, mensen moest trainen om Unexploded Ordnance (UXO) op te ruimen. De provincie is de armste in Laos, omdat mensen nog steeds niet al het land kunnen gebruiken voor akkers en het gaat waarschijnlijk met deze snelheid 100 jaar duren voordat al het UXO opgeruimd is. Er vallen nog steeds dagelijks slachtoffers. Het grappige is wel dat ze in de regio alles van lege bomhulzen maken: hekjes, instrumenten, bloempotten en ga zo maar door. Archeologen zijn 5 jaar geleden pas weer gestart met onderzoek, en je kan de enorme bomkraters nog steeds zien.

Tussen de potten door zijn we om 11 uur 's ochtends gestopt bij een whiskey village, waar mensen zelf 'whiskey' maakten van rijst. Goede geuren zo op de vroege ochtend en uiteraard moest er een shotje genuttigd worden om de gastvrouw niet te beledigen, en onze gids stond op een tweede shotje voor de 'happy tour'. Ik moet zeggen dat de tour daarna nog gezelliger was.

Na Phonsavan ging ik door naar Luang Prabang voor het feest van het jaar: Pii Mai oftewel Lao Nieuwjaar. Eigenlijk is het een groot watergevecht omdat je mensen zegend met het water. Dus daar een waterpistool gekocht en met het hele guesthouse langs de weg gaan staan om onschuldige, droge, toeristen in tuk tuks een goede toekomst te geven. Ik kwam ook heel veel mensen weer tegen die ik tijdens mijn reis had ontmoet, zelfs 1,5e maand geleden, heel gezellig. De 14e was het hoogtepunt van het watergevecht. Mensen reden door de straten in pick-up trucks met enorme emmers water in de achterbak, luide muziek en je werd bestrooit met bloem en zwart spul wat volgens mij van pannen kwam ofzo. Ook nog even volgens traditie een zandstupa gebouwd op een eilandje in de Mekong en gewoon feest gevierd met de mensen. Ons guesthouse deed ook mee in de parade, dus in een mooi t-shirt met de rest van de gasten meegelopen en mensen langs de weg nat gespoten. 's Avonds langs de Lao Lao bar waar ze een Pink Gay cocktail maakte met lao lao die zo roze en zo gay is als het klinkt, maar wel heel lekker.

Ik ben ook een ochtend om half 6 opgestaan om het geven van aalmoezen aan monniken te gaan zien. Zij lopen rond met zilveren schalen en mensen stoppen daar rijst, bananen en koekjes in voor een zegening. De grap is dat de monniken zo veel eten krijgen dat ze ondertussen eten in de vuilniszakken gooien van arme kinderen die achter hen lopen, zodat zij ook wat te eten hebben, wel een goed concept. Ook nog mount Pou Si beklommen (ja hij heet echt zo), waar ik geluk had en een goed uitzicht had over de stad omdat er wind stond, een voorbode van de hoosbui die avond (ik was nog niet nat genoeg geweest). Normaal kan je niks zien omdat mensen rond deze tijd bossen wegbranden in de omgeving om te gebruiken als akkers.

Na 5 dagen natte kleren was het wel weer fijn om een dagje droog te blijven, dus we gingen met zijn 8en naar Muang Ngoi Neua, een heel rustig, relaxt dorpje ten noorden van Luang Prabang. Het dorpje kon bereikt worden met een prachtige boottocht van een uur door de bergen. In het dorp in een chille bungalow met hangmat geslapen, rustig aan gedaan, getubed, getrokken langs kleine dorpjes en gevist. Ons talent om het net goed uit te gooien was alleen niet zo groot, dus uiteindelijk hebben de gidsen de vis gevangen, die we daarna op een vuurtje barbecuede, heel lekker. Het dorpje heeft alleen tussen 7 en 10 uur 's avonds stroom en stromend water is er heel af en toe, dus de uitdaging van de dag was om koud bier te vinden en je douche goed te timen.

Ik ben daarna verder gereisd met Matt, een Amerikaan, en Cesar, een Mexicaan, naar Sam Neua, tegen de Vietnamese grens aan. Hele mooie slingerweg door de bergen en door de jungle, de bus was iets minder fijn voor 12 uur maar daar ben ik inmiddels wel aan gewend geraakt in Laos. We wilden eigenlijk naar een archeologisch park gaan in de buurt van Sam Neua, maar weinig toeristen komen naar de regio, waardoor het huren van een tuk tuk daarnaartoe 50 euro per dag zou kosten, en dat ging ons iets te ver. Dus maar doorgegaan naar Vieng Xai voor een gezonde portie propaganda. De communistische partij van Laos, de Pathet Lao, schuilde hier vanaf 1963 voor de Amerikaanse bommen in grotten. Het was heel interessant om te zien hoe de leiders leefden en hoe ze slaapkamers, vergaderzalen, keukens, ziekenhuizen, drukperskamers en zelfs een bioscoop in de grotten hadden weten te bouwen. Overdag moesten ze binnen blijven omdat de Amerikanen constant bommen gooiden. Uiteraard waren de Amerikanen niet heel goed bezig, de locals hadden geen idee van de Vietnam oorlog en snapten dus niet eens waar ze de bommen aan verdiend hadden, maar de tour was een beetje eenzijdig over de Pathet Lao. Zij waren ook geen lieverdjes en hebben het koningshuis vermoord door ze uit te hongeren en alle intellectuelen uit Vientiane en Luang Prabang naar zogenaamde heropvoedingskampen gestuurd in Vieng Xai, die uiteraard niet zo leuk en nuttig waren als dat de Pathet Lao de intellectuelen voorspiegelde. Hierover werd niet gerept tijdens de tour en ik heb geprobeerd ernaar te vragen, maar een ontwijkend antwoord volgt. De Pathet Lao is nog steeds aan de macht in Laos en voert een regime waarbij er geen verkiezingen worden gehouden. Zo zie je maar weer dat de Amerikanen zich niet moeten bemoeien met de rest van de wereld, want uiteindelijk gebeurd het tegenovergestelde van wat ze willen omdat de lokale mensen ze na de oorlog haatten en pro-communistisch worden. Wel leuke standbeelden van triomferende Lao te zien die op een bom staan met daarop 'USA'.

Inmiddels zijn we in Hanoi beland na een lange busrit vanuit Vieng Xai. Staan langs de weg, zwaaien naar de bus en hopen dat hij je meeneemt naar Vietnam. Het verschil is enorm met Laos. Allereerst wordt hier overal rijst verbouwd, de houten/bamboe hutjes zijn vervangen voor betonnen huizen en alle wegen zijn geasfalteerd. Het is hier in Hanoi ook een beetje frisjes (een luttele 25 graden), maar dat is wel een welkome afwisseling. Gelukkig is het in het zuiden weer 40 graden.

Volgende keer doen we een Laos in retroperspectief, ik ga nu mijn onderhandelskills oefenen in Hanoi want dat moet je hier overal doen.

Foto’s

5 Reacties

  1. Joyce:
    24 april 2010
    Haha! Die leermomentjes ^_^ Lees met veel plezier je reisverhalen. Gelukkig begint het in NL ook een beetje warm te worden. x
  2. Joyce:
    24 april 2010
    Haha welke Joyce was dat? Of eigenlijk meer iemand die Joyce dacht te zijn. Niet ik in ieder geval ;) xx
  3. Martine:
    25 april 2010
    Ha ha, we hebben je gewaarschuwd voor kleine spleetoogjes, Je gelooft toch niet meer in Sinterklaas en de Kerstman? Bovendien, je verjaardag heb je overgeslagen! xxx
  4. Maarten:
    25 april 2010
    Dus eigenlijk was ik vroeger helemaal niet slecht als ik voetgangers met witte besjes of papieren pijtjes beschoot.
    Je wenst ze gewoon een goede toekomst. Wel raar, ze reageerde helemaal niet vrolijk. :D
  5. Nikkie:
    26 april 2010
    Hahahaah I (L) de foto van jou op je motortje :D!!!!!