'Nam
21 mei 2010 - Ho Chi Minh City, Vietnam
Leermomentjes:
- Ik heb onderhandelskills, alles waar over te onderhandelen valt praat ik minstens naar 30% van de originele vraagprijs. De Albert Heijn wordt een drama als ik terug ben (2 euro voor koekjes?!?! Neeeee, ik geef je er 50 cent voor).
- Ik lever mijn fiets thuis in voor een brommer.
-Ik ben niet gemaakt om op de smalle randjes van de rijstvelden te werken. En guerillastrijder kan ook van het carriere-perspectief lijstje geschrapt worden.
- Ijskoffie met condensed milk is het ideale begin van de dag.
- Mijn koppigheid qua dingen ondernemen tijdens het heetste van de dag blijft mezelf verbazen.
- Hoe lang je ook op reis bent, pakken blijft echt verschrikkelijk.
Die 30 dagen op je visum vliegen voorbij zeg... Voordat je het weet rijd je tijdens rush hour door Saigon op je brommertje (een avontuur op zich, fietsen in Amsterdam is peanuts) en kruip je door de Cu Chi tunnels van de Vietcong. Ik zou graag nog een paar dagen langer blijven voor Phu Quoc en de Mekong Delta, maar de mensen bij de immigratiedienst in Saigon zijn Nazi's en weigeren je een visum extension te geven tenzij je 50 dollar betaalt bij de travel agencies. Heb bedacht dat ik de dollars dan maar liever uitgeef in Cambodja.
Eigenlijk is de immigratiedienst tot op zekere hoogte tekenend voor Vietnam: alles is te koop, alles is te regelen, mits je genoeg geld biedt. Daarnaast zien ze Westerlingen hier als wandelende ATM's, wat op een gegeven moment behoorlijk vervelend wordt. Met name in het noorden word je achtervolgd op straat ("Miss, you buy book? Motor, motor? You buy from me, I make you happy you make me happy!") en no thank you is geen antwoord. Het is hier in het zuiden wel beter, maar naarmate je langer in Vietnam bent ga je steeds meer twijfels hebben over vriendelijke mensen. Eigenlijk vraag je je constant af wanneer het verzoek om geld gaat komen. Beetje jammer wat mij betreft, Vietnam is een prachtig land en het eten is briljant, maar sommige mensen verpesten het gevoel waarmee je weg gaat. Ik ben eigenlijk wel blij dat ik over een paar dagen niet meer steeds bezig hoef te zijn met geld, afzetterij en onderhandelen.
Dit alles neemt gelukkig niet weg dat er genoeg avonturen te beleven zijn in Vietnam. Hanoi was een hele leuke stad en had zeker zijn charme met oude, smalle gebouwen in Frans-koloniale stijl, kleine straatjes, barretjes waar je zelfgebrouwen bier voor 15 cent kan drinken op plastic stoeltjes, overal brommertjes, mooie tempels en de nodige dosis propaganda in de oorlogsmusea. Het mausoleum van Ho Chi Minh heb ik maar overgeslagen, Uncle Ho geniet na 10 uur 's ochtends het liefst weer van zijn rust, en dat was toch echt te vroeg wat mij betreft. Wel nog even langs de gevangenis in Hanoi geweest die tijdens de Vietnam oorlog gebruikt werd voor de krijgsgevangenen. Voor de mensen die zich ooit hebben afgevraagd waarom John McCain niet normaal meer kan zwaaien: zijn armen zijn zo vaak gebroken in deze gevangenis dat hij ze niet meer boven zijn hoofd kan uitstrekken. 2 zelfmoordpogingen verder en er wordt in de gevangenis met geen woord over gerept. Wel foto's van lachende volleyballende gevangenen, maar die zijn vast genomen terwijl er een geweer op ze gericht werd. Soms is de propaganda zo over the top dat je bijna geneigd bent om de daden van de Amerikanen goed te praten, die uiteraard behoorlijk wat zieke dingen gedaan hebben hier. Ik hoop dat ze het ooit kunnen laten varen, want met name Zuid-Vietnamezen koesteren geen haat meer tegenover de Amerikanen, en ook de vergevingsgezindheid van de Noorderlingen is verbazingwekkend, ik denk dat sommige mensen in Europa daar nog wat van kunnen leren. Het nationale water puppet theater was ook heel leuk, met als hoogtepunt 2 dansende phoenixen die eerst een ei leggen waar later een baby phoenixje uit komt.
Na Hanoi ben ik met een groep van 14 voor de tour door Halong bay gegaan. Eerst een nachtje op de Halong Party Cruiser (Ja, dit was echt de naam van de boot) geslapen en onder de goede zorgen van gids Tony langs alle limestone bergen in het water gevaren en tussendoor gekayakt en gezwommen. Absoluut grootste tourist trap was een van de grotten hier die we hebben omgedoopt tot de 'Rave Cave'. Gekleurde lichten overal, een goede houseparty zou het er niet slecht doen. De naam van de boot suggereert verder wel hoe de avond er aan toe ging, maar de volgende dag moesten we weer vroeg op om door Cat Ba National Park te wandelen. Niemand die ons had verteld dat modder en rotsen beklimmen niet ideaal was op slippers, dus we waren blij dat we zonder gebroken botten beneden kwamen. Het uitzicht bovenop was de toch wel meer dan waard, roestige toren maar heel vet. Die middag uitgerust op het strand toen de zon zich goed liet zien, het noorden en Halong Bay was aangenaam verfrissend qua weer, soms zelfs een beetje frisjes met 23 graden en bewolking. De volgende dag op een andere boot verder langs alle formaties en toen weer terug met de bus naar Hanoi.
Koninginnedag sloeg ik dit jaar maar over. Ik moet zeggen dat ik de oranje tompouce wel gemist heb, maar Hanoi bracht de kleur rood en prachtig vuurwerk vanwege independence day. Het treinkaartje naar Sapa was helaas wel lichtelijk prijzig omdat heel Vietnam zich rond die dagen verplaatst, maar de nachttrein was gelukkig comfortabel. In Sapa zijn we 2 dagen gaan trekken door de bergen, langs rijstvelden en door kleine dorpjes van minorities met een gids die zelf van de Black Hmong groep kwam. De smalle rijstveldricheltjes zijn niet gemaakt voor mijn gevoel voor balans, maar bij het homestay adres kon ik de modder best even van mijn schoenen schrapen. Die avond het meest briljante eten gegeten tot nu toe met de familie, en daarna vroeg naar bed om de volgende dag lopen weer aan te kunnen. We wilden na het trekken eigenlijk rond gaan cruisen op een motortje door de omgeving, maar het was die ochtend extreem mistig en koud (zo'n 21 graden), dus het was tijd voor een lange broek, t-shirt met lange mouwen, vest, sjaal en warme chocolademelk. Voelde een beetje als wintersport maar dan in de omgeving van rijstvelden.
Na Sapa moest ik nog een keer door Hanoi om richting het zuiden te kunnen, naar Hue. Wat een wereld van verschil, de hitte sloeg me in het gezicht toen ik de bus uitkwam en het was weer ouderwets te warm om te bewegen. Mezelf toch maar naar de citadel van de keizer gesleept om daar de gebouwen te zien. Erg mooi, maar nog steeds onder reconstructie omdat de Fransen en Amerikanen het compleet plat gegooid hebben om de stad terug te veroveren van de Vietcong. National Heritage maakt in tijden van oorlog niet heel veel uit. De volgende dag op een rammelend fietsje (ik voelde me even terug in Amsterdam, maar dan zonder regen) rondgecruisd langs pagoda's en tombes van oude keizers, met af en toe een tussenstop om stoom af te blazen.
De hitte vroeg om een strand, dus op naar Hoi An, 4 uur ten zuiden van Hue. Hoi An is niet gebombardeerd tijdens de oorlog en dit is het mooiste stadje wat ik tot nu toe gezien heb. Oude huisjes in Franse stijl, overal bloemen, een Chinese en Japanse brug, kleine straatjes waar geen brommers mogen komen en 's avonds heel veel Chinese lampen buiten, heel sfeervol. Naast het strand is Hoi An beroemd om zijn kledingmakers, dus meteen maar wat kleding op maat laten maken. Gelukkig kon ik aan het einde maar liefst 10 kilo souvenirs, kleding en andere rotzooi naar huis sturen, het is zo fijn om weer een hele lege backpack te hebben waar je alles gewoon in kan smijten. Ook nog een dagje op de scooter naar de tempelruines van My Son gereden, maar het was zo warm dat we met name de kale binnenkant van de ruines erg interessant vonden om de lagere temperaturen.
Na het sfeervolle Hoi An doorgegaan naar Nhatrang, het Phuket/Spanje van Vietnam. Het strand vond ik vies tegenvallen, vol met rotzooi, een niet zo heldere zee met daarin zwevende plastic zakken die verdacht veel op kwallen lijken. Maar ja, een paar uurtjes zon en zee konden er best vanaf, 's nachts een goed feestje en het duiken was ook de moeite waard. De zeeslang van 2m vond ik alleen iets minder geslaagd, ik spotte hem terwijl ik op 50 cm afstand was, dus heb maar snel een veilige afstand opgezocht. Op land of in de zee, het blijven nare beesten. In Nhatrang ontmoette ik een paar mensen vanuit Hanoi weer, en Cesar en Matt waar ik ook mee door Laos had gereisd. Een deel van hen had brommers gekocht en ik besloot met 2 anderen om brommers te huren voor een trip naar Dalat en Mui Ne. Dus met zijn 8en op naar Dalat door prachtige bergwegen. Helaas kreeg een van ons een lekke band in de arse end of nowhere, dus we hebben de motor daar tijdelijk achter gelaten. Ondertussen was het ook gaan plenzen van de regen, dus wij gingen op zoek naar het eerste dorpje. Langs watervallen van het regenwater gereden, heb het nog nooit zo koud gehad maar oh wat was het mooi om te zien. Gelukkig doemde daar het huis van de boswachters op, dus lief met onze ogen geknipperd zodat we daar konden eten en slapen. Bizarre avond met lokale rijstbrouwsels en de iets te oude hoofdboswachter die we The General hebben genoemd die mij probeerde te versieren. Achteraf grappen gemaakt over dat ik op zijn pogingen had moeten ingaan zodat ik in zijn bed had kunnen slapen, want de bamboematjes die wij hadden waren niet heel comfortabel. Maar het was gelukkig droog, dus klagen mogen we niet.
De volgende dag dan toch verder naar Dalat, ik kreeg ook nog een lekke band maar gelukkig was dat in de buurt van een mechanic. In Dalat ben ik gaan canyonen, wat eigenlijk inhoudt dat je langs een rivier loopt en je ondertussen van 12 m hoge cliffs in het water gooit, abseilt langs watervallen en een ongezonde dosis adrenaline aanmaakt. Mama, ik heb het er zonder kleerscheuren vanaf gebracht. Supergaaf, hoogtepuntje van Vietnam als je het mij vraagt. Het Crazy House dat te vergelijken is met het werk van Gaudi en Dali was leuk om te zien, en Dalat was een leuke bergstad met cheesy love gardens om in rond te lopen, Dalat is de honeymoon capital van Vietnam.
Vervolgens weer over een prachtige slingerweg doorgereden naar Mui Ne, waar we weer even op het strand hebben gelegen en de zandduinen hebben bezocht. Prachtig rood en wit zand en met (of zonder) je sleetje naar beneden crossen. Helaas hebben ze het sandboarden nog niet uitgevonden, dus als iemand nog de ambitie heeft om een zaak te openen in Vietnam dan is dit je kans. Mijn camera maakt sindsdien nare knarsende geluiden als ik hem open en ik had een lange douche nodig om al het zand weg te spoelen, maar het was hilarisch.
Inmiddels ben ik in Saigon beland, en dat is echt de leukste grote stad tot nu toe. Heel levendig, 8 miljoen mensen, 4 miljoen brommers die niet aan verkeersregels doen en dan proberen de straat over te steken. Zoals Lonely Planet zegt: Move slowly, don't stop and good luck! Gisteren langs het independence paleis gegaan waar de president van Zuid-Vietnam woonde, langs een nagebouwde Notre Dame in rode baksteen en naar het prachtige old school postkantoor. Vandaag zijn we naar de Cu Chi tunnels gegaan op de brommer, de tunnels die de Vietcong gebruikten tegen de Amerikanen. Wederom een heerlijk staaltje van propaganda, wat af en toe nogal lachwekkend was. Eerst een introductiefilmpje over de 'Heroic villagers that received medals for killing many many Americans' om vervolgens onder het genot van een paar sneren richting het Westen en Amerika van onze gids naar de tunnels te gaan. Eerst 20m door een te kleine tunnel gekropen achter 2 mensen aan die de vleermuizen wel konden zien met hun zaklantaarn en toen langs replica's van de nare boobytraps die de Vietnamezen gebruikten voor de Amerikanen. De gids gaf lachend een demonstratie van de nare ijzeren pinnen die in ledematen van Amerikanen verdwenen ("goodbye honey"), met wat levendige illustraties op de achtergrond, brrrr. Op de shooting range kon je zelf nog even je AK 47 afvuren om vervolgens voor de tunnel van 100 m lang te gaan. Smal, donker, te heet en enigzins claustrofobisch, ik kan me niet voorstellen dat de Vietnamezen in deze tunnels woonden en er soms 7 km doorheen kropen, niets voor mij, ik was blij dat ik weer buiten stond.
Ik heb op de terugweg de spits van Saigon op de brommer gelukkig overleefd. De Vietnamezen kennen geen verkeersregels buiten 'mine's bigger' en snappen het principe van langzaam verkeer blijft rechts hangen ook niet helemaal. Dus kriskras door alle brommertjes bewogen en ondertussen al het tegemoet komende, naar links afslaande, zich omdraaiende verkeer ontweken, ik ben officieel geslaagd voor mijn brommerdiploma.
Morgen nog langs het War Remnants museum voor de laatste propaganda en dan via de Mekong op de boot omhoog naar Cambodja. Een andere oorlogsgeschiedenis met de Khmer Rouge, verlaten eilandjes, een bamboe trein, dichte jungle en de tempel der tempels: Angkor Wat. Nog maar 1,5 maand en dan ga ik al weer naar huis, ik hoop dat ze tegen die tijd gestopt zijn met schieten in Bangkok...

Trouwens ik wil volgend jaar ook over je toelage onderhandelen.
Schoenen, niet meer nodig - slippers zijn voldoende. Eten, hoe zo AH, op de brommert naar de markt voor weinig. Er zijn vele alternatieven. etc. Paar tientjes per maand lijkt mij meer dan voldoende.
M & M
Goed om te horen hoe gaaf Vietnam is, heb er zin in! Bangkok gaat de laatste dagen goed, maak je daar vooral geen zorgen over!
Ik zit gewoon in Den Haag en daar geef ik fietsles aan vluchtelingen. We oefenen nu in het verkeer. Wij op de fiets gaan rechtdoor, de tegemoetkomende auto wil linksaf de oprijlaan op. Wie heeft er voorrang?
De auto, want die woont hier ...
Wat een superreis ben je aan het maken en mooie verhalen schrijf je erover. Als ik ze lees is het net of ik zelf helemaal verkleumd het lang verwachtte boswachters huisje zie opdoemen.
Thomas is zaterdag thuis gekomen uit Thailand, waar hij 10 dagen is geweest na bijna 7mnd Australië. Hij heeft heel wat te verlellen over al zijn ervaringen, wel iets minder gedetaileerd als jij, maar dat mag de pret niet drukken!
Wens je nog een hele voorspoedige reis en ik hoop dat je geniet van je tocht door Cambodja en straks Thailand.
lieve groet Gerry